“Ik zuip niet meer, nooit meer, dat beloof ik je.” De wekker toont me dat het net na drie uur ‘s ochtends is. Rillend en bevend schiet ik wakker. Angstig zoekt mijn linkerhand warmte naast mij. Maar het bed is leeg en koud. Langzaam besef ik wat ik net weer droomde. Diezelfde beelden als altijd. Ik hoef me zelfs niet echt in te spannen, al twee jaar projecteren ze vanzelf op mijn netvlies: Mijn vrouw Anke en ik openen onze eerste fles champagne. We zitten op ons terras in onze ruime tuin. Soms in de winter, meestal in de zomer. Ze lacht altijd. Haar kuiltje in haar kin lijkt te groeien bij de tweede fles champagne. Haar blauwe ogen sprankelen. Haar zachte wenkbrauwen veranderen van serieus naar weifelend. We discussiëren passioneel over de liefde, het spel en hoe je wint. We openen onze derde fles, nu rode wijn. Alles was perfect. Tien volmaakte jaren tintelden onze lichamen en zweefden onze hoofden langs witte gelukswolken. Ik zeg wij, maar vooral ik vond perfectie in die vlucht.
Twee jaar geleden verliet Anke me. Het was haar uitgekomen dat ik haar al jaren bedroog met mijn persoonlijke secretaresse. Onder andere. Als CEO van een internationaal import en export specialist in dure medicijnen, beschouwden velen mij als erg aantrekkelijk. Niet alleen mooie jonge vrouwen verslaafd aan succes. Talrijke casino’s ontvingen me eerst als een koning om me later laf uit te spuwen met torenhoge schulden. Mijn vele bedrog en nakend faillissement kwamen samen uit. Welke van de twee Anke het ergst vond, heb ik nooit geweten. Of was het misschien net de combinatie? Mijn dochter en zoon stopten elk contact niet veel later. Te schaamtelijk. En ik geef ze gelijk.
Kwart na drie. Klaarwakker ben ik nu, net zoals iedere nacht. Ik hoor mijn smeekbedes aan mijn vrouw, die laatste avond in onze te grote villa met zwembad. Ik beloof steeds opnieuw plechtig: “Ik zuip niet meer, nooit meer, beloofd!” Dezelfde zin echo ik naar mijn zakenpartners, aandeelhouders en bankiers. Ik beloofde het, maar het veranderde niets aan wat ik onvermijdelijk verloor.
Half vier. Dit patroon ken ik al zeer goed. Ik weet wat gaat gebeuren, en vandaag zal niet anders zijn. Binnen minder dan vijf minuten zoek ik wanhopig in mijn flatje naar iets om te zuipen. Tien keer alle kasten van mijn kleine flatje opentrekken en kwaad dichtslaan. Geen druppel vinden. Om dan waanzinnig, uitgeteld en huilend aan het eettafeltje voor twee, alleen te zitten. Pas zal ik in slaap vallen wanneer het wekalarm vanuit de slaapkamer mijn net herwonnen rust onverbiddelijk verbrijzelt.
Half zeven. Ik kleed me aan, al ben ik nog steeds zeven jaar geschorst. De rechter oordeelde dat ik best aan de kassa in de supermarkt klanten kan bedienen. Zo zal ik mijn sociale plicht volbrengen en kan ik bijdragen aan de illusie dat ik ooit mijn schuldeisers zou kunnen terugbetalen. Twee jaar nuchter. Mijn belofte is de gevangenis waaruit ik onmogelijk ontsnappen kan.
(verhaal versie twee op basis van reacties op 17jan 15:00)