Ze zeggen dat de herfst 'daar' is.
Ik kijk naar mijn piemel die recht omhoog staat. Ik tuur in Sonja's ogen. Ze blikt alsof mijn Tony op mijn buik ligt.
Ik tuur naar mijn buik en zie een herfsttafereel: blaadjesrimpels, zaadjesherinneringen, champignon, grijze, bruine tintenbochten. Mocht het een opdrachtcollage zijn: een kleuter met een herfstbezeten juffie kon het niet beter.
'Heb je de RabitXXL al in huis gehaald,' zeg ik alsof mijn neus een everzwijn is. Eentje die truffels zoekt omdat het herfstig is.
Sonja zegt niets, trekt haar jurk uit, daardoor tieten ontbloot waarbij herfstpaddestoelenzoekers jaloers worden, briest tien seconden alsof ze een everzwijn is die zwoor truffels te ruiken en toch vandaag een slechte dag scoorde, staart naar mijn megademaxwapen op mijn buik, haalt de schouders op, paljoevert naar de wandklok alsof die de bevrijder is, eentje als Jezus, een goedzak die alle zonden op zich neemt;
'Ik denk dat ik naar Ibiza trek,' zegt ze zonder haar handen op mijn lid te leggen.
Ik kijk naar mijn geslacht dat recht staat. Ik tuur in Sonja's ogen. Ze kijkt alsof mijn piemel op mijn buik ligt.
De herfst is er.
'Wil jij hier de winter doormaken?' vraagt Sonja alsof ze me inviteert mee naar Ibiza te verhuizen