Liefste,
Allerliefste,
Kan ik je alvast zeggen wat er volgt? Wanneer mijn beleven stopt bij het moment wanneer... je weet wel nog, of misschien weet je het niet meer... Ben ik te onbeduidend jou te achten nog te herinneren wat voor mij werleldstoppend is, wat zeg ik, paradijseilandjesinnemend was?
Er volgt drama.
[vijftien minuten niets]
Het zit in mijn hoofd, en daar ben ik tenvolle alleenvoudig schuldig aan. Ik wilde niet zo hard aan je haren trekken zodat ik je dieper kon nemen alsof je een kangoeroe was die mijn speelballen in je buidel voelde vibreren alsof je kikkerde en gisteren Oktoberfestenfeestenliederen zong tot je de laatste liter op de grond liet stuiteren als een springbal die in duizend-elf stukken spatterde.
Drama, zeg ik.
Zandloperen is nergens goed voor. Dat wist oma al toen ze de melkboer zijn onderbroek ontdeed en fluitspeelde. Het stonk!
Jij bleef maar doorplatanen over hoe vroeger melkboeren echte grotekoeienmelk mengden met sexypaardenklodders. Hoe ze in Polen de scheve muren schraapten, in Kroatië de Serviërs geen gamba's konden verkrijgen - iets met toegang tot een rivier. Die stroomt.
Drama. Meer drama. Houden we daar van?
Zandloperen doen we allemaal.
Als onze rivieren droog staan... dan stop ik en kijk verlekkerd als naar het laatste ijsje in de diepvriezer. Als ik aan je haren trek? Als ik niet meer herinner wat je vertelde over zalmen die ook eens gewoon rivierafwaarts willen fladderen? Wil jij ook gewoon rivierafwaarts?
Ik staar in mijn rivier en merk dat niets stopt. De zandloper stopzetten, zeg je?
Drama!
Het begin is wat lastig maar zodra je als lezer de schoenen wat hebt ingelopen dan loopt het lekker. Het stukje > “Er volgt drama. [vijftien minuten niets]” had voor mij niet gehoeven.
Tja, dit komt ook van SOL in een eerder aftastendende experimentelere fase van mijn schrijverschap, als ik teruglees: niet mijn beste ideeën