Hij houdt van de kille kamer in de kelder. Ik ben er bang voor. Urenlang mengt hij stinkende chemicaliën in bassins. Hij noemt ze zijn 'badjes'. Azijngeur prikkelt mijn neus en doet het ontbijt oprispen. Ik boer luid en pardonneer me snel. Hij heeft zijn laboratoriumjas aan. De jas herinnert me aan pijn die kan komen zoals bij de tandarts die mij prikt met spuiten.
Zijn vergroter is groot en gromt naar mij. Een rood lampje verlicht de doka net genoeg om mijn vaders handen in latex handschoenen te zien duiken.
“Nu ontwikkel ik de negatieven, jongen”
Hij lacht er om. Ik begrijp niet waar de grap zich verschuilt maar lach mee. De ontwikkelaar ontwikkelt omgekeerden? Met zijn afstrijktang vist hij de negatieven uit het bad en hangt ze aan het druiprek. Ik weet dat het nu wachten is.
Aan de compositie van de beelden kan hij niets meer doen. Zijn acties zullen wel de intensiteit bepalen. Hij kan enkel de kleuren laten schijnen als een schilder met vernis. Hij kan enkel bijsturen als een schipper met zijn roer in een storm. De vergroter schijnt door het negatief een gebundeld licht als een bliksemschicht in slow motion. Mijn vader weet hoe lang.
De kamerlamp knipt aan. De donkere kamer is weer kamer. Geconcentreerd bestudeert hij het resultaat met een loupe. Ik houd mijn jonge adem in. In mijn stilte voel ik zijn verwachting.
Als een gek slaan zijn vuisten op de foto's. Schreeuwend klopt en mept hij ze van het rek, op de vloer. Vloekend laat hij zijn zolen ze vernielen. De fotograaf heeft veroordeeld.
“Het was ne slechten! Verdomme!”
Mijn vader slaat niet vaak een slecht figuur.
----- ter referentie: wat het was, voor @vincent me wees op de tevele bijvoegselsgebruik
Hij houdt van de koude donkere kamer in de kelder. Ik ben er bang voor. Urenlang mengt hij stinkende chemische stoffen in bruine bassins. Hij noemt ze liefkozend zijn 'badjes'. Penetrante azijngeur prikkelt mijn neus en doet het ontbijt oprispen. Ik boer luid en pardonneer me snel. Hij heeft zijn lange witte laboratoriumjas met diepe zakken aan. De jas herinnert me angstig aan pijn die kan komen zoals bij de tandarts die mij prikt met spuiten.
Zijn vergroter is groot en gromt dreigend naar mij. Een klein rood lampje verlicht de doka net genoeg om mijn vaders handen in zwarte latex handschoenen te zien duiken.
“Nu ontwikkel ik de negatieven, jongen”
Hij lacht er hard om. Ik begrijp niet waar de grap zich verschuilt maar lach geveinsd mee. De ontwikkelaar ontwikkelt omgekeerden? Met zijn afstrijktang vist hij de negatieven handig uit het bad en hangt ze geoefend aan het druiprek. Ik weet dat het nu geduldig wachten is.
Aan de compositie van de beelden kan hij niets meer doen. Zijn acties zullen wel de intensiteit bepalen. Hij kan enkel kleuren laten schijnen als een schilder met vernis. Hij kan enkel bijsturen als een schipper met zijn roer in een storm. De vergroter schijnt een gebundeld fel wit licht door het negatief. Onstuimig als een bliksemschicht in slow motion. Mijn vader weet hoe lang.
De kamerlamp knipt aan. De donkere kamer is weer kamer. Geconcentreerd bestudeert hij het resultaat met een grote loupe. Gespannen houd ik mijn jonge adem in. In mijn stilte voel ik zijn grote verwachting.
Als een doorgedraaide gek slaan zijn vuisten op de foto's. Uitzinnig schreeuwend klopt en mept hij ze woedend van het rek, op de vloer. Vloekend laat hij zijn zwarte zolen vernielend landen. De fotograaf heeft streng veroordeeld.
“Het was ne slechten! Verdomme!”
Mijn vader slaat niet vaak een slecht figuur.